Geschiedenis
Geschiedenis
Unio: Een stukje historie over pastoors, bouwers en voetballers
De Katholieke voetbalvereniging Unio is met recht een kind van zijn tijd te noemen. Op de negentiende mei van het jaar onzes Heren 1933 wordt de oprichtingsbijeenkomst gehouden in het Patronaatsgebouw en als om acht uur ‘s avonds de knoop wordt doorgehakt en de vereniging een feit is, wordt pastoor Bennebroek de geestelijk adviseur en bekleedt de heer G.W.M. van ‘t Hullenaar het voorzitterschap. Katholiek Oudewater heeft het antwoord op de reeds bestaande; neutrale – voetbalvereniging Oudewater-OVS – opgericht in september van het voorafgaande jaar – gevonden. Zo ging het in de jaren voor en na de Tweede Wereldoorlog. De herders trachtten zoveel mogelijk invloed uit te oefenen op en zorg te besteden aan de hen toevertrouwde schapen.
Zelfs vanaf de kansel werd de boodschap je aan te melden, voor de nieuwe club verspreid. Binnen een mum van tijd telde Unio dan ook een tachtigtal leden. Om het voetbal te promoten werden er vriendschappelijk wedstrijden gespeeld tegen reeds langer bestaande verenigingen waaronder het roemruchte Spartaan 20 uit Rotterdam, een eveneens katholieke vereniging. Deelnemen aan het spelletje zonder echte “kicksen” was verboden, een heus Unio-shirt (met gele rand) kostte fl. 1,60 en dames van spelers hadden vrij toegang tot het veld. Het meenemen van emmers naar het veld was een voorwaarde om zich na afloop enigszins te kunnen wassen.
Op 7 juni 1936 betrekt de vereniging onder voorzitterschap van de heer W. Vierbergen Sr het veld aan de Nieuwe Singel, eigendom van de parochie, en daar wordt ook het voetballen in de Interdiocesane Voetbalbond verruild voor het spelen in de “echte” KNVB. Aanvankelijk zonder veel opzienbarende successen leidt Unio het bestaan van een modale vierdeklasser, die zich pas in de bekercompetitie van 1949 echt onderscheidt door de beker te veroveren. Opeenvolgende pastoors bepalen voor een deel de sfeer door ondermeer “tienminutenpraatjes” op de ledenvergadering (pastoor Van der Snoek), een toeziend oog (pastoor Van Genuchten) en gevraagde en ongevraagde adviezen (pastoor Saes).
Bouwers
In 1958 wordt de dan 24-jarige Theo M.C. Schoonderwoerd de opvolger van voorzitter Cor Vermeij en krijgt naast het voetbal ook de huisvesting van de vereniging een grotere prioriteit. Met secretaris Jan J. Overbeek als onvermoeibaar bedenker van acties en loterijen worden de benodigde gelden bijeengegaard en verrijst er een clubgebouw dat zijn weerga niet kent in een verre omgeving. Grotere samenhorigheid en kameraadschappelijkheid hebben de deelnemers aan deze werkzaamheden nooit meegemaakt. Een ieder droeg zijn steentje bij. Als zes jaar later blijkt dat de vereniging noodgedwongen moet verhuizen naar de andere zijde van de Waardsedijk en er opnieuw een casco opgeleverd clubgebouw moet worden voltooid, wordt niet tevergeefs een beroep gedaan op vele vrijwilligers. In 1973 betrekt Unio – veertig jaar oud – de huidige accommodatie.
Voetballers
Prestatief gezien heeft de voetbalvereniging er dan al meerdere hoogtepunten opzitten. De derde klasse van de KNVB wordt in het seizoen 59-60 bereikt. Vijf competities lang weten de “blauwbaadjes” stand te houden, maar in het zesde seizoen volgt degradatie, waarna nog tot twee keer toe promotie en wederom degradatie volgt. Op het eind van het seizoen 79/80 is er sprake van een dieptepunt; Unio belandt in de Goudse Bond, de tegenwoordige vijfde klasse. Wanneer we de inmiddels ter ziele gegane Goudse Bond als startpunt nemen voor de reeks die aansluitend werd neergezet, dan ging het steeds crescendo. Unio zat voetballend in de lift en speelde zelfs één seizoen (2005-2006) in de eerste klasse. In het laatste kwartier van het seizoen werd die positie tijdens de nacompetitie verspeeld en volgden drie jaren in de onderste regionen van de tweede klasse. De Unio talentenvijver werd gaandeweg leeg gevist door oplettende scouts. Unio speelt dit seizoen wederom in de derde klasse van de KNVB.